Verstrengelen

Pierre kwam dichterbij, het mes lichtte op in het flikkerende kaarslicht. Thérèse kon zijn ademhaling horen en rook de geur van zijn bebloede overjas.

Ze voelt de spanning toenemen onder haar deken op de bank. Inmiddels moet ze zo nodig naar de wc dat uitstel niet meer mogelijk is. Zal ze het boek meenemen en daar verder lezen? Snel kijkt ze om zich heen. Er zit verder niemand in de woonkamer. Zo soepel mogelijk slaat ze de deken terug en strompelt naar het toilet, de infuuspaal met haar rechterhand meenemend en het boek met haar linkerhand.
Zodra ze zit, slaat ze het boek weer open en leest snel verder.

Thérèse kon nog wegkomen en vluchtte een donker bos in. Ze hoorde op meerdere plaatsen wolven huilen. Heel even aarzelde ze. Het voelde niet goed om het bos in te gaan, maar alles was beter dan in het kasteel te blijven.

Wolven, vreselijk. Thérèse leek echt van de regen in de drup beland te zijn. Ze is blij dat zij niet in die situatie zit, maar hier gewoon op het toilet zit. O, verdraaid, ze zit hier al zeker een uur. Snel terug naar haar plekje op de bank.
Onhandig staat ze op en fatsoeneert haar kleding. Als ze de toiletdeur opent, ziet ze zuster Martha zoekend door de gang lopen. Zo onopvallend mogelijk probeert ze de woonkamer te bereiken. Aan de snel naderende voetstappen hoort ze dat ze is gezien.
‘Daar was je, we waren je al kwijt. Je moet niet zomaar weglopen met dat infuus van je. En je had zelfs je boek meegenomen? Kon je geen vijf minuten zonder? Geef mij dat boek maar, dan kun jij je weer onder het dekentje nestelen. Wat ben je eigenlijk aan het lezen?’
Heel even sluit ze haar ogen, als zuster Martha de achterkant van het boek bekijkt en hardop voorleest. Er is geen ontkomen aan haar vernietigende oordeel.
‘Wat een troep is dit. Is dit nou een kasteelroman?’
‘Kasteelhorror, zuster.’
‘Horror? Dat houdt je vannacht vast wakker. En dat willen we natuurlijk niet.’
Uit haar ooghoek ziet ze dat Mark met een andere jongen bezig is met een spelletje Stratego. Ze kijken verbaasd toe hoe zuster Martha haar boek afkeurt en meeneemt naar de zusterspost. Ze wanhoopt als ze eraan denkt dat ze haar boek nu pas terugkrijgt als de avonddienst begint.
‘Shit,’ mompelt ze, terwijl ze de deken om zich heen probeert te trekken.
‘Ze kan toch niet zomaar je boek afpakken?’ Mark gaat op de stoel naast haar zitten. ‘Als je het zuster Lise vraagt, krijg je het vast terug.’
‘Laat maar, ik wacht wel tot ze vrij is.’
‘Dat duurt nog uren. Zal ik een ander boek voor je ophalen?’
‘Ik heb alle boeken al uit. Mijn moeder neemt straks nieuwe voor me mee.’
‘Zal ik dan een van mijn boeken voor je pakken? Het is geen kasteelhorror, maar ze zijn best spannend.’
Ze aarzelt, eigenlijk wil ze gewoon terug naar Thérèse en verder lezen hoe het haar vergaat in het bos. Maar ze heeft er geen zin in om zich uren te vervelen. ‘Ja, doe maar, het maakt niet uit welk boek.’
Even later komt Mark terug en reikt haar een bibliotheekboek aan. Snel leest ze de achterkant en glimlacht naar hem. ‘Dank je, deze lijkt ook spannend.’
Ze begint te lezen, het verhaal start in elk geval veelbelovend met een dubbele moord. Voor ze het weet, zit ze midden in een moordmysterie.

Detective White was al na veertig bladzijden verwikkeld in een vuurgevecht met een getatoeëerde man, die best de dader zou kunnen zijn. Volgens de procedures had ze op versterking moeten wachten, voor ze het vervallen gebouw binnen ging. Maar als ze dacht dat ze vertragend zouden werken, had White lak aan procedures.

Duidelijk een vrouw die weet wat ze wil, wel wat anders dan de fragiele Thérèse. Ze hoeft zich geen zorgen om haar te maken, het is een boek van ruim tweehonderdvijftig bladzijden, de heldin zal niet in het begin al sterven.
Het is wel gaaf dat Mark dit boek leest. De meeste jongens kiezen voor stoere mannelijke hoofdpersonen. Wat zou dat over hem zeggen? Ze kijkt even door haar wimpers naar hem. Hij ziet er gewoon uit, niet verwijfd of zo. Ze glimlacht als ze denkt aan haar moeders reactie op haar gedachten.
‘Vooroordelen, Anne-Lise, niet meer dan vooroordelen.’
Haar moeder is altijd zo fel in dat soort dingen.
Ze kijkt op haar horloge. Als ze nu snel verder leest, kan ze al een heel eind zijn als het bezoekuur begint.

De getatoeëerde man kon ontsnappen en het bleef onduidelijk of hij de dader wel was. Detective White kreeg steeds meer aanwijzingen dat hij erin geluisd werd door een van haar collega’s.

Een foute agent, heel actueel en toch ook stereotype. Ze houdt van actuele verhalen, al bewijst Thérèse dat ze zich ook helemaal kan verliezen in historische verhalen. Ze denkt aan haar in het bos bij de wolven.
Vanuit de woonkamer kan ze de zusterspost zien. Ze zwaait naar zuster Lise, die van achter het raam naar haar glimlacht. Zal ze het er op wagen?
Ze komt overeind om naar de zusterspost te gaan en ziet zuster Martha net de post binnenlopen. Nog maar even wachten. Onelegant laat ze zich achterover vallen en schopt daarbij haast de infuuspaal omver. Ze kan hem nog net opvangen, maar kan niet voorkomen dat het ding een enorm lawaai maakt. Binnen enkele seconden staat zuster Martha al naast haar.
‘Doe je voorzichtig? Als je per ongeluk de naald eruit trekt, zijn we verder van huis. Laat me eens zien of hij nog goed zit. Nou, dat valt dan weer mee. Kom, ik help je overeind. Waar wilde je heen? Moet je alweer naar het toilet?’
Ze geeft geen antwoord en laat zich overeind helpen. Het is het makkelijkst om dan inderdaad maar naar het toilet te gaan. Dan is ze in elk geval even van haar af. Ze werpt een snelle blik op het boek. Nee, dit keer is meenemen geen optie.
Vijf minuten later is ook zuster Lise uit de zusterspost verdwenen. Strompelend loopt ze eerst naar de bank om Marks boek te pakken en daarna naar haar kamer. Op haar bed leest ze verder.

Detective White vertrouwde niemand meer binnen het korps en moest de zaak in haar eentje oplossen. Ze kreeg alleen wat hulp van een zwerver in een stinkende overjas, maar was er niet zeker van of ze hem kon vertrouwen. Hij was haar verklikker en had haar al vaak aan nuttige informatie geholpen. Maar hij was ook de verklikker van een van haar collega’s van de narcoticabrigade. Waar zijn echte trouw lag, wist ze niet.

‘Dag lieverd, ik zocht je al in de woonkamer.’
Ze merkt pas dat haar moeder er is, als ze naast haar bed staat. Met een dubbel gevoel legt ze het boek opzij. Het is altijd fijn om ’s middags bezoek te hebben, maar ze wil ook weten wie die foute agent is. Ze heeft haar vermoedens, maar detective White zoekt hem in een andere richting.
‘Hoi mam.’
‘Je was zo verdiept in je boek, dat je me helemaal niet hoorde. Zo kennen we je, altijd gevangen door een boek. Heb je “Wolven in het bos” al uit?’
Ze zucht en vertelt hoe zuster Martha haar boek heeft meegenomen. Haar moeder reageert verontwaardigd en gaat meteen naar de zusterspost. Snel opent ze haar boek en maakt van de gelegenheid gebruik om nog twee pagina’s te lezen.

Zie je wel, detective White zocht in de verkeerde hoek. De agent die zij verdacht werd voor haar ogen doodgeschoten vanuit een politiewagen. Helaas kon ze het kenteken niet lezen.

‘Zo, hier heb je het weer terug. Je zei toch dat je alle andere boeken uit had? Wat lees je nu dan?’
‘Deze heb ik van Mark geleend, ook heel spannend.’ Terwijl ze haar moeder het boek aanreikt, bekijkt ze de tas met nieuwe boeken. ‘O, gaaf mam, is dit het vervolg op “Wolven in het bos”? Ik wist niet eens dat er een vervolg was.’ Ze slaat het boek meteen open en begint te lezen.
‘Zeg, zou je niet eerst het eerste deel uitlezen?’
Licht gegeneerd legt ze het boek opzij.
Haar moeder schudt haar hoofd. ‘Wat zou jij zonder boeken moeten? Je moet na school professioneel lezer worden. Ik zou niet weten hoe jij anders een werkdag door moet komen.’
‘Ja, dat zou leuk zijn. Maar dat beroep bestaat vast niet.’
‘Wie weet, Anne-Lise, wie weet. Het zou in elk geval precies iets voor jou zijn. Vertel eens, hoe gaat het vandaag?’
‘Hetzelfde, mam. Er verandert toch nooit wat. Ik ben hier nu al een maand en er is nog steeds niets veranderd. Ik voel me elke dag hetzelfde, niet goed en ook niet slecht. Soms doen ze wat onderzoekjes, meestal gebeurt er niets.’
‘Is de dokter vandaag al langs geweest?’
‘Nee, die komt morgenmiddag pas weer. Hoe lang moet ik hier nog blijven, denk je?’
‘Ik weet het niet, lieverd, ik weet het niet. Als de dokter er morgen is, vragen we het hem.’
Haar moeder veegt liefdevol de tranen van haar wangen. Soms valt het niet mee om een chronische ziekte te hebben. Dat ze daardoor veel tijd heeft om te lezen, weegt meestal niet tegen de nadelen op.
‘Zeg mam, als je de volgende keer boeken meeneemt, wil je dan ook kijken of er nog meer van deze schrijver zijn?’ vraagt ze, terwijl ze Marks biebboek omhoog houdt.
‘Volgens mij hebben we er thuis nog een. Die heeft papa een paar jaar geleden voor zijn verjaardag gekregen.’
‘Pap leest helemaal niet.’
‘Ik weet het, en hij leest al helemaal niet deze boeken. Als hij al wat leest, dan moeten er in elk geval plaatjes in staan.’
‘En dan mag het niet dikker zijn dan de krant.’
‘Hij is niet als ons,’ lacht haar moeder.
Als haar moeder een half uur later weer vertrokken is, twijfelt ze. Ze kan nu weer kiezen tussen verschillende boeken. Zal ze eerst haar eigen boek uitlezen? Ze wil erg graag weten hoe het Thérèse vergaan is. Maar detective White trekt haar ook. En eigenlijk wil ze het boek snel aan Mark teruggeven. Ze weet niet hoe lang hij hier nog is. Misschien mag hij morgen al naar huis. Ze zou het jammer vinden. Het is een jongen, maar hij is verder best oké.

Weer werd White in het nauw gedreven, weer kon ze ternauwernood ontsnappen. Toen ze een weerzinwekkende geur waarnam, realiseerde ze zich wie haar leven bedreigde en wie de corrupte agent moest zijn. Ze kon het alleen niet bewijzen. Ze probeerde haar baas te overtuigen, maar die geloofde haar niet.
Detective White stond nu echt helemaal alleen. Behoorlijk gefrustreerd ging ze in haar eentje op zoek naar meer bewijzen en brak in bij haar collega van de narcoticabrigade. Ze vond verpletterende bewijzen.

Opnieuw is ze zo verdiept in haar boek, dat ze pas merkt dat ze niet meer alleen op de kamer is, als Mark haar roept voor het eten. Ze moet echt beter opletten, ze kunnen de kamer haast leeghalen, zonder dat ze het merkt. Haar moeder zei het al, boeken verstrikken haar sinds ze kan lezen.
‘Spannend boek.’
‘Ja? Ik heb het nog niet gelezen. Mijn moeder heeft het voor me uitgezocht, ik ken het niet.’
‘Ik probeer het morgenochtend uit te lezen. Weet je al of je morgen naar huis mag?’
‘Nee, ik moet in elk geval nog een dag langer blijven.’
‘Balen.’
‘Ach, zo erg is het niet. Heeft je moeder leuke boeken voor je meegenomen?’
‘Kijk zelf maar even. Misschien zit er wel iets bij dat jij wilt lezen.’
‘Dat krijg ik dan toch niet meer uit voor ik naar huis mag. En ik moet dat boek ook nog lezen,’ zegt hij, terwijl hij met zijn hoofd naar haar nachtkastje gebaart.
‘Het is echt spannend, jij vindt het vast ook leuk.’
‘Dat hoop ik. Mijn moeder zoekt soms zulke stomme boeken uit. Soms lijkt het alsof ze denkt dat ik een meisje ben.’
‘Dit is geen meisjesboek,’ grinnikt ze.
Na het eten kruipt ze met het boek onder de deken, ze verwacht die avond toch geen bezoek. Voor het slapen gaan kan ze nog een poos lezen.

De bewijzen brachten detective White aan het twijfelen. De rotte appel bleek rotter te zijn dan ze dacht. Er werden meerdere collega’s genoemd, en zelfs haar baas was niet zonder vlekje. Ze was altijd zo zeker geweest van hem en kon het niet geloven. Opeens ging ze twijfelen aan wat ze gevonden had, misschien was het bewijs wel vervalst. Om alle onzekerheid weg te nemen, besloot ze om haar baas op te zoeken en het te bespreken.
Toen ze bijna bij zijn flat was, zocht ze een parkeerplek en stapte uit. Aarzelend liep ze het onverlichte bospad op. Ze hoorde een uil krassen en in de verte huilden wolven. Raar, ze had hier nog nooit eerder wolven gehoord. Het zekere voor het onzekere nemend, trok ze haar wapen en sloop langs de bosrand over het pad.
Ze stopte toen ze haastige voetstappen hoorde naderen uit het bos. Aan de hortende ademhaling hoorde ze dat de persoon aan het eind van haar Latijn was. Plots kruiste een jonge vrouw het pad, gekleed in een ouderwetse jurk en op blote voeten. Ondanks dat ze buiten adem was, stopte Thérèse niet toen ze het verharde pad onder haar voeten voelde. Ze ging zo snel mogelijk verder en zocht weer dekking tussen de bomen. Ze hoorde iemand ademhalen en haastte zich om weg te komen.
Detective White bleef de jonge vrouw verbijsterd na staan kijken en liet in de verwarring haar wapen zakken. Ze hoorde niet dat er achter haar nog iemand uit het bos kwam en werd zich pas van de afgrijselijke geur bewust toen de man haar haren vastgreep en haar hoofd achterover trok. Voor ze iets kon ondernemen, had Pierre haar hals doorgesneden en rende hij aan de overkant van het pad het bos in, achter Thérèse aan.

Ze vliegt overeind en gilt. Aan de overkant van de zaal vliegt Mark ook overeind.
‘Wat is er?’
Ze gilt nog steeds: ‘Pierre heeft detective White vermoord!’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.