Ik hou van je

1944
Jan staat redelijk verscholen, maar als ze de bosrand nauwkeurig bekijken, zullen ze hem zien. Hij houdt zijn adem in en probeert zich daar op te focussen. Zijn maten van de ondergrondse vertrouwen op hem, hij mag ze niet teleurstellen. Nadat de auto is doorgereden, blijft hij even staan om zijn onrustige ademhaling weer tot bedaren te brengen.
Hij denkt aan de woorden in het briefje van die ochtend: PS: ik hou van je. Hij heeft haar nog nooit gesproken, laat staan gezoend. Iedereen weet dat ze verloofd is met Klaas, de oudste zoon van de slager. Jans communicatie met haar was tot nu toe eenzijdig, via haar briefjes met gecodeerde boodschappen die hij moet doorspelen. Plichtsgetrouw vernietigde hij die boodschappenbriefjes altijd direct na het lezen. Vanochtend kon hij het niet over zijn hart verkrijgen. Nog nooit eerder heeft ze iets persoonlijks toegevoegd aan de briefjes.
Anne houdt van hem!

Snel steekt Jan de weg over en baant zich door het maisveld een weg naar de boerderij van Boer Linders. Langzaam dringen de verschillende geluiden tot hem door. Het eerste dat hij hoort, is het blaffen van de honden. Die beesten maken het onmogelijk om de boerderij onopgemerkt te naderen, zelfs door de mais. Hij schrikt van de mannenstemmen op het erf, de boer hoort alleen te zijn op de momenten dat er contact is.
Zodra hij iets kan verstaan, stopt hij.

‘Boer, waarom blaffen de honden?’
Jan herkent de stem van Willems. Als Willems er is, zijn er problemen. Zoals heel het dorp weet dat Anne bij Klaas hoort, weet ook iedereen dat Willems een NSB’er is.
‘Wat denk je zelf?’ antwoordt de boer. ‘Ze blaffen naar elke vreemde op het erf.’
‘Ja, ja. Als jij het zegt,’ antwoord Willems.
‘Die rotbeesten blaffen niet naar ons, ze blaffen naar de mais,’ mengt zich een andere stem in het gesprek. ‘Er zit iemand tussen de mais.’
Jan houdt zijn adem in. De stem komt hem bekend voor, maar hij kan hem niet plaatsen.
‘Wat zeg je?’ Boer Linders klinkt verontwaardigd. ‘De mais is geen plek om verstoppertje te spelen.’
‘Je zult niet geloven waar die smeerlappen zich overal verbergen,’ zegt de stem. ‘Tussen de mais is nog best comfortabel.’

De rest vervaagt tot een opeenhoping van geluid.
Die stem? Waar kent hij die van? De stem roept beelden op van witte tegels met rode vlekken. Die beelden vermengen zich met beelden van Anne. Jan kan een glimlach niet onderdrukken. Ze was prachtig zaterdag, in haar rood-wit geblokte jurk. Ze zwierde over de dansvloer met Klaas en haar lach galmde de hele avond door de danszaal.
Maar ze houdt van hem.

Jan hoort hoe de voetstappen zich verwijderen. Hij sluipt dichterbij om door de dichte maisplanten heen te kijken. Behoedzaam schuift hij met zijn arm het gewas opzij. Nog één stap, verder durft hij niet.

Bij zijn voeten klinkt een felle gil. Een scherpe pijn schiet door zijn arm. Jan kan een kreet niet voorkomen. Geschrokken kijkt hij naar de blazende kat, die met haar nagels aan zijn blote arm hangt. Op het erf rennen meerdere paren laarzen in zijn richting.
Jan ziet donkere vlekken voor zijn ogen en veegt geïrriteerd de rode stroompjes van zijn arm. Dit is een slecht moment voor paniek. Ze zeggen dat hij koelbloedig is. Hij heeft het nooit hoeven bewijzen.
Anne houdt van hem, voor haar zal hij koelbloedig zijn. Resoluut stapt hij naar voren uit de mais.

‘Jeetje, boer, jullie kat …’ Verder komt hij niet.
Het was Klaas’ stem. Klaas van Anne. Anne die van hem houdt.
Daarna wordt het zwart voor zijn ogen.

‘Dat kan me niets schelen, je gedraagt je maar alsof het je vriendje is.’
Magda, de oudste dochter van boer Linders, geeft een onverstaanbaar antwoord. Erg vriendelijk klinkt het niet. Magda is een paar jaar ouder dan Jan en lijkt hard op weg om een oude vrijster te worden.
Langzaam dringen de herinneringen weer binnen. Hij glimlacht: Anne houdt van hem. Direct daarna verstart zijn glimlach en vliegt hij overeind van de bank waar hij op ligt. Klaas is een verrader!
‘Stil, blijf zitten.’ Magda gaat naast hem zitten. Jan kijkt verbaasd naar haar. ‘Je bent nog wat witjes,’ zegt ze, zonder hem aan te kijken.
‘Willems kon je net opvangen, anders had je een flinke smak gemaakt,’ zegt de boer.
‘Waar zijn ze?’ vraagt Jan geschrokken, terwijl hij om zich heen kijkt.
‘Klaas wist niet hoe snel hij weer buiten moest komen,’ lacht de boer. ‘Blijkbaar hoeft een slagerszoon niet tegen mensenbloed te kunnen. Willems volgde hem als een mak lammetje.’
‘Wist jij het?’ vraagt Jan voorzichtig.
‘Van Klaas? Ik hoorde het gisteren van de dominee, die was zaterdagavond bij Anne.’ Boer Linders zucht. ‘Zij had het die avond ontdekt en stortte in, nadat Klaas haar thuis had gebracht.’
‘Dit kreeg ik vanochtend van haar.’ Jan zoekt in zijn jaszakken. ‘Waar is dat ding nou?’ Een voor een worden de zakken nagezocht.
‘Wat ben je kwijt? Toch niet het boodschappenbriefje?’ vraagt de boer bezorgd.
Jan bloost. ‘Ze had er iets liefs opgeschreven.’
‘Sst,’ zegt Magda en legt haar hoofd tegen Jans schouder.
Klaas leunt bleek tegen de deurpost. Hij kijkt geërgerd naar Magda.
‘Zeg, waarom kwam je eigenlijk niet gewoon over de weg?’ vraagt Willems.
‘Dit was korter.’
‘Ja, ja. Het had niets met dit briefje te maken?’ Hij begint voor te lezen: ‘BL, JH, BK …’
Magda vliegt overeind en grist het briefje uit zijn handen. Beduusd kijkt Willems toe hoe ze het in haar beha stopt en weer tegen Jan aan gaat zitten.
‘Ja, ja,’ zegt Willems. ‘Een bijzonder briefje dus. Zijn het initialen?’
‘Gaat je niets aan,’ zegt Magda zachtjes.
‘Nee, schat, het gaat hem niets aan, maar we zullen het waarschijnlijk toch moeten vertellen.’ Jan kijkt haar zo liefdevol mogelijk aan.
‘Dat lijkt me ook,’ zegt Willems.
‘Het zijn de initialen van Magda’s exen,’ fluistert Jan. Hij voelt haar scherpe nagels in zijn been. ‘Ja, ik schrok er ook nogal van, daarom wilde ik haar zo snel mogelijk spreken.’
Klaas blijft naar Magda kijken, zij kijkt heel even naar hem op en richt haar blik daarna op de vloerplanken. Dan draait hij zich om en zegt bruusk: ‘Nou, dat is dan duidelijk. Kom Willems, we gaan.’
Willems kijkt hem verbaasd na. ‘Ja, ja.’ Daarna volgt hij hem.

Zodra Klaas en Willems weg zijn, schuift Magda met een korte beweging weg. ‘Klootzak.’
Jan kijkt verbaasd van Magda naar de boer. Die haalt zijn schouders op en gaat naar buiten.
‘Dat ging toch goed?’ vraagt hij zachtjes. ‘Iets anders kon ik zo snel niet verzinnen.’
‘Waarom?’ Ze zegt het zo zacht dat Jan haar haast niet verstaat. Daarna slaat ze haar handen voor haar ogen slaat en begint te schokken. ‘Waarom heb je dat briefje niet vernietigd, zoals je anders doet?’ jammert ze. ‘Nu heb je alles stuk gemaakt.’
Voorzichtig legt hij zijn hand op haar arm.
Verbeten slaat ze de hand van zich af. ‘Ga weg!’
Jan aarzelt even, maar gaat dan toch. Als hij de woonkeuken verlaat, hoort hij haar weeklagen.
‘Hij houdt van me, Klaas houdt van me. Hij gaat het uitmaken met Anne en met mij trouwen. Dat heeft hij me beloofd, gisteren nog.’ Dan volgt een schelle uithaal: ‘Ik hou ook van jou, Klaas!’
Haar weeklacht gaat hem door merg en been, toch glimlacht hij.
Klaas houdt van Magda en Anne houdt van Jan.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.