De laatste avond

‘Ik word morgenochtend al om 9 uur in het ziekenhuis verwacht,’ zeg ik. ‘Het gaat op alfabetische volgorde en Berden zit nu eenmaal behoorlijk vooraan in het alfabet.’
‘Toe nou, Peter,’ zegt mijn vrouw. ‘Je had beloofd dat we het daar vanavond niet over zouden hebben.’
‘Struisvogel,’ mompel ik, terwijl ik met mijn rolstoel naar de keuken ga. Ze is al weken aan het huilen, maar vanavond moeten we doen alsof er niets aan de hand is.

‘Lukt het, opa, of zal ik even helpen?’
‘Dank je, lieverd. Ik kan net niet bij het bier.’
‘Foei, opa,’ zegt Vera met een glimlach, ‘dat zet oma expres zo hoog in de koelkast.’ Terwijl ze het zegt, pakt ze een flesje voor me en legt een tweede flesje lager, zodat ik er zelf bij kan.
Dankbaar draai ik de dop eraf met mijn goede hand. Als ik zie dat Vera verder wil lopen, grijp ik haar arm, zodat ze blijft staan. Ik kijk even naar de kamerdeur. Pas als ik zeker weet dat niemand ons ziet, geef ik haar een envelop.
‘Hier, meisje, dit is voor jou.’
‘Wat is dat, opa?’ zegt ze, terwijl ze de envelop openmaakt.
‘Een extraatje. Je kunt het goed gebruiken als je volgend jaar gaat studeren. En anders zou het toch maar op oma’s rekening blijven staan, je weet hoe zuinig ze is.’
Vera haalt een stapel briefjes van 500 euro uit de envelop, ik kijk tevreden hoe haar mond openvalt.
‘Hoeveel is het?’ vraagt ze aarzelend. ‘Ik durf de briefjes niet te tellen, dat lijkt zo hebberig.’
‘Het zijn veertig briefjes, het is dus twintigduizend euro.’
‘Maar opa, dat hoeft toch niet.’ Ze voelt aan de biljetten en kijkt aarzelend naar haar handen. Dan stopt ze het geld terug in de envelop en reikt hem mij aan. ‘Ik wil het niet, opa. Ik wil niet zomaar een stapel geld krijgen.’
‘Je krijgt het ook niet zomaar, je krijgt het omdat je het verdiend.’ Voor ik verder ga, neem ik een slok van mijn bier. ‘En omdat jij het nodig hebt. Niet alleen als je gaat studeren, maar ook in de rest van je leven.’
Haar uitgestrekte hand zakt langzaam tot hij tegen haar buik rust.
‘Ik weet dat je er liever niet over wilt praten, maar daarmee is het niet weg. Jij zult ook in een rolstoel terecht komen.’ Ik voel de tranen prikken in mijn ogen, maar schaam me niet. Zij is mijn oudste kleindochter, zij heeft het destructieve gen van mij geërfd en dit is mijn laatste kans om alleen met haar te praten. ‘Hiermee kun je ervoor zorgen dat je alle hulp krijgt die je nodig hebt.’
‘Het gaat nog heel goed met me,’ zegt ze zachtjes, terwijl ze naar het geld in de envelop kijkt.
‘Gelukkig wel, meisje. En vergeet niet daarvan te genieten. Nu kan het nog.’ Ik neem weer een slok uit mijn flesje. ‘Dankzij mij sta jij ook op de lijst.’
‘Daar kun jij niets aan doen,’ zegt ze verontwaardigd. ‘Het is nu eenmaal zo dat familieleden zich moeten laten testen.’
‘Ja, dankzij dat vervloekte gen,’ zeg ik verbitterd. Ik adem een keer diep in en uit. ‘Morgen word ik zeventig, dankzij dat gen houdt morgen mijn leven op.’
‘Opa, probeer deze laatste avond nou te genieten.’
‘Hoe kan ik genieten, als ik de rest van mijn leven niet meer mag meemaken, alleen maar omdat ik hulpbehoevend ben? Hoe kan ik deze avond feest vieren, als ze mij verbieden om jouw bruiloft mee te maken, of de geboorte van je kinderen?’ Ik hoor zelf hoe scherp het klinkt als ik vervolg: ‘Als het jou tenminste wordt toegestaan om kinderen te krijgen.’
‘Dat zullen ze niet verbieden, opa.’
‘Dat hoop ik, lieverd, dat hoop ik echt van ganser harte.’ Ik aarzel even voor ik verder ga, ik wil haar toekomstdromen niet wegvagen. ‘Als je graag moeder wilt worden, wacht er dan niet te lang mee. Je weet nooit hoe ze die Levensrechtenwet verder gaan uitbreiden. Toen wij in 2010 voor het eerst hoorden over de euthanasiepil, stonden we te juichen. Eindelijk zouden we nu vrijheid krijgen bij de laatste levenskeuze.’ Ik neem nog een slok en lach wat beschaamd. ‘Je weet hoe het er nu, veertig jaar later, voor staat.’
‘Zeventig jaar,’ zegt ze haast onhoorbaar. ‘De maatschappij kan het niet opbrengen om langer dan zeventig jaar voor je te zorgen.’
‘Precies, lieverd. Alleen als je geen hulp nodig hebt, mag je langer leven. Dat betekent dat jij nog ruim vijftig jaar hebt om van je leven te genieten.’ Ik zie hoe ze twijfelend naar de envelop kijkt. ‘Neem het geld dus maar gewoon aan. Hopelijk zal het je leven wat makkelijker maken, als het straks wat minder gaat.’
‘Dank je, opa.’ Ze buigt zich voorover en omhelst me. De tranen rollen over mijn wangen en ik voel hoe die van haar in mijn nek druppen. ‘Ik zal je missen,’ fluistert ze in mijn oor, voor ze me loslaat. Ze probeert de envelop dubbel te vouwen, zodat ze hem in haar broekzak kan stoppen. Al snel geeft ze het op en loopt ermee naar de kapstok in de gang.

Ik veeg mijn tranen weg en bekijk mezelf in de spiegelende deur van de koelkast.
‘Zo moet het maar,’ zeg ik hardop. Ik frommel het flesje naast me in de stoel en drapeer mijn slechte arm er overheen, voor ik weer naar de woonkamer ga. Ik glimlach wrang. Zonder de rolstoel zou het onmogelijk zijn om het flesje voor mijn vrouw te verbergen. Zelfs op mijn laatste avond behandelt ze me nog als een hulpbehoevend kind. Vanaf morgen zal ze alleen zijn.

Advertenties

2 gedachten over “De laatste avond

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.